Bidden als professie - Stichting TPZ

[cs_content][cs_section bg_color=”hsl(0, 0%, 100%)” parallax=”false” style=”margin: 0px;padding: 45px 0px;”][cs_row inner_container=”true” marginless_columns=”false” style=”margin: 0px auto;padding: 0px;”][cs_column fade=”false” fade_animation=”in” fade_animation_offset=”45px” fade_duration=”750″ type=”1/1″ style=”padding: 0px;”][x_custom_headline level=”h2″ looks_like=”h3″ accent=”true” class=”cs-ta-center”]Bidden als professie

[/x_custom_headline][/cs_column][/cs_row][cs_row inner_container=”true” marginless_columns=”false” style=”margin: 0px auto;padding: 0px;”][cs_column fade=”false” fade_animation=”in” fade_animation_offset=”45px” fade_duration=”750″ type=”1/2″ style=”padding: 0px;”][cs_text]De mens is een eenheid. De verschillende aspecten van ons wezen zijn niet te scheiden, wel te onderscheiden.
Gebrokenheid ervaren we in geest, ziel en lichaam. Fysiek bijv. in ziekte, het verouderingsproces en uiteindelijk de dood. De gevolgen van innerlijke beschadigingen ervaren we in ons psychische en ons geestelijke leven. Ze zijn nauw met elkaar verweven. Het volgende model helpt de vier aspecten van geestelijke beschadigingen in kaart te brengen. Het is belangrijk om ze te kennen en te onderscheiden, want alle vier hebben ze een andere aanpak nodig.[/cs_text][/cs_column][cs_column fade=”false” fade_animation=”in” fade_animation_offset=”45px” fade_duration=”750″ type=”1/2″ style=”padding: 0px;”][x_image type=”none” src=”https://tpz.nu/content/uploads/2016/05/bidden-als-professie.jpg” alt=”” link=”false” href=”#” title=”” target=”” info=”none” info_place=”top” info_trigger=”hover” info_content=””][/cs_column][/cs_row][cs_row inner_container=”true” marginless_columns=”false” style=”margin: 0px auto;padding: 0px;”][cs_column fade=”false” fade_animation=”in” fade_animation_offset=”45px” fade_duration=”750″ type=”1/1″ style=”padding: 0px;”][cs_text]

ZONDEN – In de Bijbel wordt zonde met veel woorden aangeduid, samengevat: een houding van autonomie tegenover God, die zich uit in fouten, waarbij we de regels/wetten van God bewust of onbewust overtreden. Zonde vernietigt ons leven. Het gevolg ervan is letterlijk en figuurlijk de dood. De Bijbel staat vol illustraties van dit trieste feit. Een van de bekendste verhalen in de Bijbel staat in 2 Samuël 11 en 12: koning David die Batseba begeert en psychisch en lichamelijk overmeestert. Hij kiest heel bewust voor de zonde en hij weet het, hij maakt de keuzes zelf, hij is schuldig. Zonde beschadigt niet alleen ons eigen leven, maar ook dat van anderen.
Zonden van anderen beschadigen ons leven: want ze leiden meestal tot:

WONDEN – Beschadigingen die we ervaren door de zonde, gebrokenheid en/of onwetendheid van anderen tegenover ons. In het geval van David en Batseba zijn de gevolgen van Davids zonde:
– Voor Batseba: een vreselijke situatie, de dood van haar man, verstoring van haar totale leven, schande.
– Voor Davids andere vrouwen en kinderen: hij had al een groot gezin! Zijn hele gezinsleven wordt ontwricht. De roddelpers draaide toen ook al volop.
– Voor de legeroverste Joab: hij werd verantwoordelijk voor de dood van een van zijn beste mannen in het leger, die totaal toegewijd was aan zijn koning: Uria, de man van Batseba. Als je koning zo met zijn mensen omgaat – wat voor sfeer krijg je dan?
Wonden worden geslagen door gebroken relaties, gebrek aan bevestiging, beledigende woorden, niet gewenst zijn, etc.
Vaak openen zonden en wonden een deur naar invloed van machten die groter zijn dan jij, je raakt een deel van je keuzemogelijkheid kwijt, je raakt verslaafd:

BONDEN – Het verlies van (een deel van) de eigen vrije keuze. Een ingewikkeld proces, maar je merkt het. Eerst is zonde een eigen keuze, ‘een keertje is niet erg’, maar voor je het weet kun je niet meer kiezen: je zit vast. Denk aan de verslavende kracht van bezit, geld, macht, traditie, status en lichamelijke verslavingen: er blijkt een grotere macht achter te zitten. Je handen en voeten, je denken wordt als het ware met touwen vastgebonden. Je komt in patronen terecht die je niet kunt stoppen, ook al wil je het nog zo graag. Zacheüs zat vast aan zijn geld. Zijn gebondenheid verstoorde zijn sociale leven zo erg dat hij door iedereen werd gehaat.

Soms zijn bonden niet het gevolg van eigen zonde, maar van wonden. Zo kan een binding aan de dood ontstaan door onverdraaglijke pijn na verlies van een geliefde of door occulte ervaringen waar de persoon niet zelf voor heeft gekozen. Bij kinderen kan het voortkomen uit blootstelling aan occulte of onreine zaken (denk aan films op televisie). Deze binding veroorzaakt angst en onrust.

Je kunt gebonden zijn aan woorden die je diep hebben gekwetst, bijvoorbeeld door pesten. Of bij misbruik: ‘als je dit ooit aan iemand vertelt…’ of ‘Jij bent lui/vervelend/waardeloos en het zal nooit veranderen.’ Je kunt ook gebonden worden door je eigen innerlijke gelofte (vaak als kind gezworen) zoals ‘Ik zal me nooit meer aan iemand verbinden’, ‘Ik zal sterk zijn en niemand mijn tranen laten zien’ of ‘Ik zal nooit zo worden als mijn vader/moeder’.

Soms blijkt een grotere macht heel concreet. Dan wordt iemand zozeer overmeesterd dat de eigen persoonlijkheid voor een deel en soms helemaal wordt uitgeschakeld. Een voorbeeld in de tijd van David: Saul aan het trieste einde van zijn veelbelovende carrière (zie 1 Samuël 28):

HONDEN – ik heb niets tegen een labrador of Duitse herder, maar gebruik het woord hier om de vier kernwoorden gemakkelijk te kunnen onthouden: het is een beeld voor de demonische, duivelse tegenkrachten.
Saul werd door een aanval van het vijandelijke leger angstig. Omdat hij volhardde in ongehoorzaamheid was zijn contact met God verstoord. Maar hij moest en zou antwoord krijgen op zijn vraag hoe de strijd zou aflopen. Hij wendde zich tot een medium, de vrouw in Endor. Saul zocht de honden zelf op. Ook in de tijd van Jezus blijken mensen soms bezeten te zijn. Paulus werd in Handelingen 16 door een medium achtervolgd bij het brengen van het evangelie. Zij maakte zijn werk onmogelijk. Bezeten: dan is het innerlijke leven, de psyche totaal in de war, gefragmenteerd, overgenomen. Voorbeelden zijn doodsmachten, onreine geesten, ritueel misbruik.

DUS: vier gebieden, die vaak verband met elkaar houden. Het gebeurt maar zelden dat je ze allemaal tegelijk tegenkomt. Maar het is belangrijk om ze te onderscheiden, vooral als het gaat om de oplossing van elk deel.

Het leven van ieder van ons is van binnen gebroken, er zijn scheuren en gaten, als gevolg van de zonde. Ons leven is verstoord, gefragmenteerd. De orde, rust, harmonie, eenheid is weg. Dat ervaren we allemaal in zekere mate. Per persoon wordt dit bepaald door achtergrond, karakter, keuzes en omstandigheden.

Het geweldige is dat God erop uit is om ons totale mens-zijn te vernieuwen, te herstellen. Hij wil niet alleen dat we ooit in de hemel komen, Hij wil het heil in ons innerlijke leven nu al ontwikkelen.

Jezus, de Heiland, begint Zijn bediening met Zijn ‘Mission Statement’ in Lucas 4:18-19.
Het gaat om armen, gevangenen, blinden en verbrokenen. In zijn bediening zie je alle vier aspecten terugkomen. Dat is indrukwekkend. Wat is het antwoord van Jezus op deze vier terreinen?

ZONDEN – autonomie tegenover God, die zich uit in fouten, waarbij we de wetten van God bewust of onbewust overtreden. De oplossing is vergeving.

De profeet Nathan kwam David namens God terechtwijzen. David vond het moeilijk om het toe te geven, tot hij uiteindelijk niet anders kon. Hij vroeg God om vergeving. Maar de gevolgen van zijn zonde gingen nog jaren door. God vergeeft ons, maar sommige gevolgen zijn niet meer terug te draaien. Omdat zonde in de eerste plaats het overtreden van Gods geboden is, is vergeven iets dat in absolute zin alleen God kan doen. Jezus blijkt de macht te hebben zonden te vergeven (Matteüs 9:6). Hij is tegelijk de Rechter en de schuldige, omdat Hij ervoor heeft gekozen alle zonden van de hele mensheid te dragen. Het kruis waaraan Hij stierf is het keerpunt in de hele geschiedenis. Geen enkele godsdienst kent wat wij door geloof in Jezus hebben ontvangen:

Zekerheid van VERGEVING. De schuld is weg, de zonde wordt niet meer toegerekend. Dit is de meest krachtige boodschap die de hele mensheid kan veranderen. Ieder mens mag God om vergeving voor zijn zonden vragen. Voorwaarde is dat je echt berouw hebt en dat is meer dan spijt of wroeging. Het is zeggen dat God gelijk heeft, dat zonde zonde is, dat je je verootmoedigt voor Hem.

Maar dan is er nog een stap, en daar hebben we vaak moeite mee. Die vergeving van God moeten we ontvangen. In moderne taal: je moet ook jezelf vergeven. Als je dat niet kunt, zul je je schuldig blijven voelen, en steeds voor dezelfde zonden vergeving blijven zoeken. Het lijkt niets te helpen. Wat moet je dan doen? Het beste is om dan naar een pastor of vertrouwd iemand toe te gaan, en in zijn/haar bijzijn je schuldbelijdenis uit te spreken, waarna die ander in de naam van God priesterlijk de vergeving over je mag uitspreken. Dat is wat er in Jacobus 5:16 staat. De ander geeft de schuld letterlijk uit handen, aan Jezus. Vaak moet vergeving vragen aan God samengaan met vergeving vragen aan de mensen die je door je zonde hebt benadeeld.

Iemands ellende hoeft niet uit eigen zonde voort te komen. Toen de discipelen de blindgeborene zagen, gingen ze ervan uit dat de ziekte een straf van God was vanwege zijn zonden. Ze vroegen Jezus: ‘Wie heeft er gezondigd, deze of zijn ouders?’ (Johannes 9:2) Dan zegt Jezus dat geen van hen heeft gezondigd. Soms is ellende het gevolg van de algemene gebrokenheid in de schepping. Als je tegen zo iemand zegt dat hij zijn zonde moet belijden, breng je hem in grote problemen. Je mag het alleen zeggen als het waar is, en dat kan alleen de persoon zelf bevestigen.

De tweede groep: WONDEN – Beschadigingen die we ervaren door de zonde, gebrokenheid en/of onwetendheid van anderen tegenover ons.

De oplossing is GENEZING. Jezus is de Heiland, de heelmaker, de arts. Hij kan de plekken van pijn en beschadiging aanraken en herinneringen genezen. De leegte van een moeder die er emotioneel voor haar kind niet kon zijn kan Hij vullen door een diep besef van zijn, van welkom in de wereld te geven. Een gebroken wil door machtsmisbruik van een vader, of een niet-ontwikkelde wil door gebrek aan bevestiging (die zich kan uiten in gevoelens van angst, ontoereikendheid,boosheid, paniekaanvallen) kan Jezus genezen en sterk maken.

Genezing gaat samen met het vergeven van degene die de oorzaak is van de beschadiging of wond. Dat is vaak een (lang) proces. Soms is vergeven zo moeilijk dat het uiten van de bereidheid om te willen vergeven al een grote stap is. We zeggen hiermee dat we ons recht op vergelding loslaten en de zaak overgeven in de hand van God, die de rechtvaardige Rechter is.

Genezing vindt plaats door Jezus bij de pijn te laten komen en van Hem in de herinnering nieuwe beelden te ontvangen over wie God echt is. Vaak komen er diepe emoties van bijv. verdriet en woede boven. Daar is alle ruimte voor. De nieuwe beelden die Hij ons geeft mogen diep doordringen (in het gevoelsleven en voorstellingsvermogen). Psalm 23 is een geweldig voorbeeld van genezende beelden. Dit is de ‘lectio divina’ die door de eeuwen heen door gelovigen is beoefend. Genezing treedt ook op door bijv. het ontvangen van brood en wijn. Maar soms is van God ontvangen te moeilijk geworden en is er iemand nodig die je helpt om te ontvangen, iemand die je zegent en helpt je veilig bij God te voelen.

Ten diepste is genezing het werk van de Heilige Geest. Hij is de Trooster, Hij balsemt wonden met de olie van Zijn Tegenwoordigheid.

De derde groep: BONDEN – Het verlies van (een deel van) de eigen vrije keuze.

Deze binding moet losgemaakt worden, zodat er weer ruimte komt om te worden. De eigen wil moet versterkt worden. Soms kun je vast zitten aan dingen die op zich niet eens slecht hoeven te zijn. De rijke jongeling zat vast aan zijn bezit, aan zijn luxe leventje. Het stond hem in de weg om Jezus te volgen. De oproep van Jezus is heel bewust keuzes te maken en alles te doen om te zorgen dat je je aan deze keuzes houdt. Vaak wordt een verslaving complexer door een lichamelijke dimensie (het middel is op zich verslavend, bijv. drank of nicotine).

De oplossing voor bonden is dus LOSMAKING.

Een voorbeeld van een binding die losgemaakt wordt zie je bij Zacheüs. Jezus komt bij hem, bevestigt hem (er was blijkbaar sprake van een diepe leegte/wond/pijn die Jezus vervulde) en Zacheüs kan nu al het geld dat hij heeft afgeperst teruggeven. Een innerlijke eed kan worden verbroken om weer een vrije keuze te hebben. Iemand werd nadat ze als kind een zware ziekte had gehad altijd ‘zwakke Tineke’ genoemd. Ze was daaraan zo gewend dat dit haar zelfbeeld bepaalde. Totdat Jezus haar zijn spierballen liet zien en tegen haar zei: ‘Ik geef je kracht. Realiseer je dat je allang niet meer zwak bent.’ Zo kwam ze hier los van.

We zien een voorbeeld in het leven van Petrus in Johannes 21:15-23. Pas als hij Jezus heeft verloochend, gaan zijn ogen open voor wie hij werkelijk is. Hij beseft dat hij Jezus niet uit eigen kracht kan dienen. Zijn karakter, zijn hele wezen staat in de weg. Op het dieptepunt van zijn leven, nadat hij zijn Heer heeft verloochend, is hij in de ban van zelfverwijt, wanhoop en zelfhaat. Hij komt er alleen niet uit. Zelfs na de opstanding van Jezus is hij gebonden door angst en zelfhaat. Hoe kan hij ooit anders worden, hoe komt hij vrij van de verslaving aan zijn ego, zijn eergevoel, zijn grote mond, vrij van zijn oude natuur? Jezus toont de weg: Hij maakt Petrus los van zelfverwijt, de macht van een dwangmatig denken. Hoe? Door hem een heel nieuw programma in zijn denken en beleven te geven, door hem te laten horen en zien hoe Hij Petrus ziet: als iemand vol mogelijkheden, die nu pas echt klaar is voor een nieuwe taak. Het is ontroerend hoe Jezus en Petrus de zaken bijleggen. Jezus maakt hem los van de vloek en de ondergang.Hij gaat terug naar de pijnlijke herinnering (Jezus schept zelfs een identieke omgeving door een houtvuur te maken) en verzekert Petrus van Zijn liefde voor hem.

Een belangrijke tekst over bindingen is Matteüs 18:18-20 (zie ook Herstel van identiteit, p. 176). Bindingen vormen vaak een patroon van zonden en verdrongen gevoelens dat zich langzamerhand heeft ontwikkeld tot een autonoom complex. Dit wordt tot macht benoemd en behandeld met verbreking in de naam van Jezus, na belijdenis en het uitspreken van de bereidheid anders te gaan leven. Het gaat altijd samen met het belijden van de zonden die ermee samenhangen. We mogen mensen losmaken van verkeerde bindingen, woorden, of bijv. een kindergelofte.

HONDEN
– Het komt gelukkig niet zo vaak voor, maar het is een mogelijkheid. Als mensen zich openstellen voor occulte machten kunnen deze de persoonlijkheid terroriseren en overnemen. Dit kan ook volgende geslachten beïnvloeden. In de praktijk blijkt dat ook christenen demonisch belast kunnen zijn. Maar we hebben de autoriteit gekregen om demonische machten en onreine geesten te gebieden weg te gaan en de persoon met rust te laten.

De evangeliën staan vol illustraties. Jezus heeft aan het kruis alle tegenkrachten overwonnen en blijkt groter dan de boze machten, zelfs als het er legioenen zijn (zie bijvoorbeeld Marcus 5, de kudde zwijnen). Een woord is genoeg om ze weg te sturen. De grootste stoorzenders in het werk van God zijn eenvoudig weg te jagen door uitwerping of uitdrijving. We mogen onze positie innemen in Christus. Hij geeft zijn mantel van autoriteit. Je spreekt in zijn gezag. De geesten zullen Hem erkennen en gehoorzamen.

Ieder van de vier gebieden vereist dus een eigen aanpak. Vaak is er sprake van een combinatie van factoren. Bijvoorbeeld: een wond wordt veroorzaakt door een zonde en kan leiden tot een binding. Maar dan nog moet ieder onderdeel apart behandeld worden.

Psalm 103:1-5 omvat alle vier gebieden van genezing van de ziel.

Waarschuwing: om goed te kunnen helpen is een juiste diagnose nodig. Bij iemand die diep emotioneel beschadigd is demonen uitdrijven (terwijl er geen sprake is van bezetenheid) zal tot gevolg hebben dat het innerlijke leven van de persoon verder gaat fragmenteren. Want de boodschap aan die persoon is dat iets in hem van de duivel is, het mag er niet zijn, het moet ‘er uit’. Maar het blijkt een deel van het eigen verstoorde innerlijk, dat nu nog meer verstoord wordt.

Zonde mag je niet behandelen als wond, want voor een wond ben je niet zelf verantwoordelijk. Bij een wond hoef je geen zonden te belijden, maar moet je juist genezing ontvangen. Overigens ben je wel verantwoordelijk voor hoe je met een wond omgaat. Vaak leidt een wond tot zonde.

Hoe leer je het onderscheid? Door Gods leiding in de Schrift, door ervaring en door de gaven van de Geest.

Bij alle vier deze genezingsprocessen speelt gebed een wezenlijke rol.

DUS JE MOET BIDDEN MET JE CLIENTEN?

Weerstanden tegen gebed in de therapeutische setting

Gebed is niet professioneel, het is onwetenschappelijk. Het riekt naar manipulatie of het afschuiven van verantwoordelijkheid. Er zijn veel voorbeelden van hoe dat fout is gegaan. Verder: de therapeut is het vaak niet gewend of heeft het niet geleerd, kortom: hij heeft geen zicht op de waarde en de plaats ervan in het proces. Met een cliënt gaan bidden is ook kwetsbaar, want het raakt het eigen geestelijke leven van de therapeut. Deze weerstanden zijn begrijpelijk. Gebed kan immers gemakkelijk misbruikt worden:
Als vlucht voor de eigen verantwoordelijkheid ‘ik kan dit niet, dus vragen we God om hulp. Hij moet het maar doen.’
Als vlucht om de werkelijkheid niet onder ogen te hoeven zien. Vergeestelijken van de problematiek. Voorbeeld: ‘dit is een aanval van de duivel’, terwijl het gaat om een psychosociaal probleem.
Als machtsmiddel, manipulerend naar zichzelf of de therapeut.
Als magisch middel: ‘God gaat nu op een wonderlijke manier ingrijpen.’ In die zin kan het verlammend werken: ‘ik wacht op dat wonder.’
Soms is bidden risicovol, met name bij mensen in een psychotische toestand. Zij kunnen door gebruik van gebed nog verder van de realiteit af komen te staan, terwijl zij juist versterkt moeten worden en verbonden moeten worden met de alledaagse werkelijkheid.
Veel weerstand tegen gebed komt voort uit onkunde.

De functie van gebed in het therapeutische proces

Cliënten kiezen vaak gericht voor begeleiding door een christentherapeut. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Ze zoeken bijvoorbeeld begrip voor de geloofsdimensie van de problematiek, of verwachten een bijbels verantwoorde aanpak (seculiere therapievormen worden door christenen soms als bedreigend voor hun geloofsleven gezien). De cliënt komt dan met de verwachting dat God bij het proces wordt betrokken en vaak ook dat hierbij een plaats is voor concreet gebed. De cliënt moet helder weten wat hij van de therapeut op dit gebied wel of niet kan verwachten.
1. Gebed schept een bijzondere bedding voor het begeleidingsproces. Cliënt en therapeut beseffen dat Gods tegenwoordigheid bij het proces een belangrijke rol speelt. Het gebed is een uiting van een holistische wereldvisie.
2. Gebed stimuleert de veiligheid in het proces. Zowel de cliënt als de therapeut beseffen hun afhankelijkheid en beperktheid en openen zich voor Gods hogere werkelijkheid.
3. Gebed voorkomt een verkeerde gerichtheid bij de therapie. Een logisch gevolg van het kijken naar de eigen problematiek, processen en vooruitgang is dat een cliënt naar binnen gekeerd wordt en geconfronteerd wordt met de eigen onmacht, pijn en beschadigingen. Dat is een van de redenen waarom cliënten zich na een gesprek soms extra gedeprimeerd voelen. Gebed en het zich focussen op God zal hen helpen zich juist te richten.

De plaats en vorm van het gebed

Het gebed kan een concrete plaats hebben, bijvoorbeeld aan het begin of einde van het gesprek of incidenteel wanneer de cliënt het specifiek vraagt. Het kan ook op de achtergrond plaatsvinden, bijvoorbeeld in het team, buiten de gesprekstijd om.
Gebedsinterventies. In het therapeutische proces worden (een of meer) sessies ingebouwd waarin de pastorale dimensie van het proces ruimte krijgt. Deze rol kan de therapeut zelf vervullen, maar er kan ook hulp van een pastor ingeroepen worden. In ieder geval moet de cliënt zich bewust zijn van de bijzondere plaats ervan. Ook de (eventueel) tijdelijk andere rol van de therapeut moet voor beiden helder zijn.
Voordeel: deskundigheid van de therapeut helpt om de juiste processen te onderscheiden, gevaren te voorzien etc. Daarnaast kan een te professionele houding tijdens een gebedsinterventie het proces ook verstoren.
De therapeutische aanpak concentreert zich op het betrekken van God bij het proces. Het grootste deel van de begeleiding richt zich dus op het pastoraat, op de relatie met en het ontvangen van God. Therapeutische processen zijn nauw gekoppeld aan de geestelijke dimensie.
Welke vorm er ook wordt gekozen, aan de cliënt moet uitgelegd worden wat het kader en de functie van het gebed is, zodat het voor therapeut en de cliënt vooraf helder is.
Zowel bij punt 2 als punt 3 gaat het over wat we in het vervolg noemen ‘genezend gebed’ (‘healing prayer’).

De basishouding bij het gebed is wezenlijk:
De cliënt moet leren naar buiten en naar boven te kijken. Payne noemt dit ‘looking up and out’. Het gaat om de houding van gerichtheid op God in plaats van gebogen te zijn naar een probleem (in of buiten zichzelf), het zoeken van bevestiging in een andere persoon, of het blijven hangen in wonden. Want het gevolg daarvan is dat je naar jezelf, naar binnen gekeerd bent. De ziel richt zich naar binnen en naar beneden.
Naar buiten en naar boven gericht zijn betekent luisteren naar wat God tegen je zegt, en deze woorden leren ontvangen. Het leven van C.S. Lewis veranderde radicaal toen hij stopte met zijn introspectie waarmee hij zijn innerlijke leven dreigde te vernietigen; daarna hield zijn ziel nooit meer op te groeien.
Aangezien de houding van een cliënt vaak naar binnen gekeerd is, kiest hij (bewust of onbewust) te leven vanuit zijn pijn, tekort of beschadiging. Daarmee stelt hij zich buiten zijn centrum, zijn echte ik. Een van de eerste doelen is altijd de ander te stimuleren vanuit zijn echte centrum te leven en alle andere zaken een gezonde plek te geven.
De enige manier om ons echte centrum te vinden is door de bevestiging van God te ontvangen. Dit betekent dat we leren luisteren naar Gods persoonlijke woorden voor ons. Vaak kan dit alleen door te kiezen om door de pijn en het verdriet heen te gaan. In het verleden was juist de pijn het punt waar de afsplitsing plaatsvond. Daar moeten we dus naar terug.
Zowel de pastor als de pastorant moeten gericht zijn op het luisteren naar God. Maar omdat dit voor de cliënt juist moeilijk is, zal de pastor deze functie voor een groot deel (tijdelijk) overnemen. Hij luistert met één oor naar de cliënt en met het andere oor naar God: wat wil Hij doen, waarin wil Hij de ander aanraken en verder helpen? De kern van de sessie is dus samen te luisteren naar en te ontvangen van God.

Het verloop van een gebedssessie
De setting wordt vooraf uitgelegd. De cliënt kan zich dan ontspannen en hoeft niet zelf te bidden (behalve op korte momenten zoals bij schuldbelijdenis). Zelfs als de cliënt geen geloof meer kan opbrengen, zal de pastor hem als de vrienden van de verlamde man bij Jezus brengen. Door te ontspannen en de steun van de pastor te ervaren, zal hij gemakkelijker kunnen luisteren naar zijn hart en van God kunnen ontvangen.
Aan het begin van het gebed wordt de tegenwoordigheid van Jezus beleden. Hij wordt uitgenodigd om met Zijn leiding en kracht aanwezig te zijn. Daarnaast vragen we de Heilige Geest concreet die punten in het hart van de cliënt naar boven te brengen die op dit moment in het proces aan de orde behoren te komen.
Als de cliënt erg onrustig is, kunnen we hem de handen opleggen, zegenen en rust toespreken, eventueel samen met het zalven met olie.
De uniciteit van iedere persoon staat centraal. God blijkt in de praktijk zelfs dezelfde soort nood bij ieder op een andere manier aan te pakken. Er is dus standaard sprake van ‘geen standaard’.
Zie verder hoofdstuk 10 uit Herstel van identiteit voor een overzicht van wat er tijdens een sessie aan de orde kan komen.

Er bestaan voor diverse behoeften verschillende soorten gebeden.

1. Verbondenheid met Jezus
De gelovige heeft een nieuwe natuur ontvangen: hij heeft deel gekregen aan de goddelijke natuur (2 Petrus 1:4) en is verbonden met Jezus, zoals de Vader is verbonden met de Zoon (Johannes 17:20-23). Kolossenzen 1:27 ‘Christus IN u, de hoop der heerljkheid.’ Kolossenzen 2:10 ‘gij hebt de volheid verkregen in Hem’ (de term ‘in Hem’ vormt de sleutelterm in dit gedeelte) het gaat over de diepe verbondenheid: we zijn ‘in-godded’. Door dit gebed laat je dit diep in je hart doordringen. In plaats van het met je hoofd te weten, laat je het nu doordringen in je hart.
Gevaar: denken dat je een stukje God bent. Maar je versmelt niet met Hem. Hij en jij blijven een wezen met een eigen persoonlijkheid. God is bovendien niet alleen immanent, Hij is ook de transcendente, de grote Ander die hoog boven ons verheven is. Maar Hij daalde neer in zijn schepping, nam deel aan vlees en bloed, aan de gevolgen van de zonde, en droeg deze zelfs. Daarna voer Hij op naar de hemel en nam Hij ons mee. Zo tilt Hij ons hele menszijn op een nieuw niveau. C.S. Lewis noemde dit ingrijpende opgenomen-worden transpositie. Het ervaren van deze verbinding is wezenlijk. Dit gebed helpt. Deze verbinding is zwak of we raken haar kwijt door gebrekkig onderwijs, zonde, beschadigingen. Zie verder Gods Tegenwoordigheid geneest, hoofdstuk 2, 6 en 7.
Een voorbeeldgebed: ‘Leg je hand op je hart en verklaar hardop: ‘Een Ander woont in mij. Jezus leeft in mij. Ik erken Uw Tegenwoordigheid, Jezus.’ (Op weg naar heelheid in Christus, p. 66)

2. Besef van zijn/welbehagen
Bij een diep gebrek aan moederliefde (of haar substituut), waardoor de basishechting is verstoord (binnen de eerste twee levensjaren door te vroeg te lang gescheiden te worden van de moeder). Er is tijdens het gebed vaak sprake van regressie naar deze periode in de baby- of peutertijd.
Het gemis veroorzaakt een diep gevoel van twijfel, eenzaamheid en doelloosheid. Niemand kan de achtergebleven leegte vullen en de pijn genezen, dat kan alleen God. Het besef van zijn legt de bodem onder je bestaan. Je krijgt het gevoel ‘Ik ben iemand, ik besta, ik ben uniek en ik mag mijn eigen plaats in deze wereld innemen.’ God gebruikt de pastor hierbij, vooral vrouwen (hun symbolische aanwezigheid is gemakkelijker te ontvangen). Dit proces ondersteunen we d.m.v. onze houding en daden die bij de persoon en het moment passen: koesteren, vasthouden, woordjes, wiegeliedjes. Niet zozeer iets zeggen, maar er zijn. Veiligheid bieden, welkom heten in de wereld (soms hangt het samen met een geboortetrauma). Er kan een langere periode van (het begin van) de levensgeschiedenis worden doorgebeden.
Teksten: Psalm 139, 131:5-6 Jeremia 1:4-5
Zie voor een voorbeeld Herstel van identiteit pp. 154-157.

3. Schuldbelijdenis en het ontvangen van vergeving
Onbeleden zonden moeten worden beleden. Vergeving mag dan heel concreet worden ontvangen. Vaak lukt dit ons zelf niet, dan blijven we dezelfde zonde steeds opnieuw belijden. Dan kunnen we onszelf niet vergeven. We kunnen niet ontvangen omdat we denken dat de zonde te erg is of dat God ons niet echt zal vergeven (dit komt meestal voort uit trots). Dit gebed heeft de vorm van de biecht. De pastor vervult een priesterlijke rol.
Schuldbelijdenis wordt duidelijk uitgesproken naar God in aanwezigheid van de getuige (de pastor). Het gaat hier om het duidelijk en eerlijk benoemen van de zonden en het opnemen van de eigen verantwoordelijkheid. (Vaak moet deze belijdenis verbonden worden met het vragen van vergeving aan degene tegenover wie de zonde is begaan.) Erna bevestigt de pastor de vergeving in de naam van Jezus. Vaak worden mensen ook aangemoedigd te kijken naar Jezus en wat Hij met de zonden doet. Vaak geeft Hij in plaats van de zonden positieve dingen aan de persoon terug.
Teksten: 1 Johannes 1:9, Jacobus 5:16.

4. Genezing of versterking van de wil (´in-willed´)
Bij een diep gebrek aan bevestiging door de vader (vooral in de tienertijd) ontbreekt een stevige verankering van de persoonlijkheid en de persoonlijke kwaliteiten. Dit gebed kan samengaan met gebed voor vereniging met Gods wil (het goede, welgevallige en volkomene). Een beeld dat helpt: een boom die scheefgroeide wordt nu verankerd aan een sterke steun (Gods wil). De wil is nauw verbonden met de ´mannelijke´ kwaliteiten: kracht, initiëren, door moeilijkheden heen gaan, volhouden.
Teksten: Hebreeën 13:21, Psalm 40:9, Romeinen 12:2.

5. Genezing van herinneringen en beschadigde emoties
Tijdens het gebed komen vaak basisherinneringen boven van gebeurtenissen die tot de wonden en beschadigingen hebben geleid. Deze herinneringen worden opnieuw beleefd. Vaak is er sprake van diepe pijn en verdriet. Dit komt in alle hevigheid boven. We laten iemand niet te diep in de pijn gaan, maar nodigen Jezus direct uit om middenin de pijn te komen. We vragen Jezus te laten zien hoe Hij in de situatie aanwezig was, en wat Hij in de situatie wilde doen. Steeds weer is het verbluffend hoe Hij met zijn betrokkenheid, liefde en zorg in deze beelden binnenkomt.
Jezus ‘is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid’ (Hebreeën 13:8) dus Hij kan teruggaan in de tijd en bij de pijn van de wond komen. Er is alle ruimte om emoties als boosheid en verdriet boven te laten komen. Als er sprake is van verstoorde beelden, omdat de personen die de ellende veroorzaakten vanuit de pijn werden gezien, vragen we de Heer een nieuw, objectief beeld van de persoon en de situatie te geven.
Teksten: Johannes 21:15-23

6. Reiniging van het voorstellingsvermogen
Vaak is het voorstellingsvermogen vervuild door verziekte, zondige beelden. Deze beelden verstoren je ontvankelijkheid, want zo gauw je stil wordt of wilt bidden komen ze het eerst aan de oppervlakte. Deze beelden kun je loslaten en vernieuwen door ze figuurlijk met je handen uit je denken te trekken, in je hand te nemen, aan Jezus te geven en te zien wat Hij ermee doet. Soms wordt een serie beelden waargenomen als een film. We kunnen Jezus vragen ons voorstellingsvermogen te reinigen en het oude programma te deleten, zoals in de computer gebeurt.
Teksten: Psalm 103:12 ‘zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons.’ Romeinen 12:1-2 vernieuwing van ons denken.

7. Afzweren van onreine bindingen (ook wel genoemd het afzweren van Baäl en Astarte)
Door de sterke invloed van onze versekste cultuur wordt ons denken gevuld met foute beelden die verworden tot een binding. (Dit is nauw verbonden met haat voor vrouwen of mannen, omdat het hieruit voortkomt). In wezen is dit hetzelfde als de afgodendienst in het OT waar het gaat om het dienen van Baäl, Astarte, Moloch en Mammon. Hier moet een duidelijk wilsbesluit worden genomen en moeten de fallische demonen worden afgezworen. Vaak gaat het gebed samen met het belijden van vrouwenhaat en/of mannenhaat. Wanneer er sprake is van zondige seksuele contacten moeten deze worden beleden. De vleselijke band die is ontstaan moet worden verbroken.
Teksten: 1 Koningen 18 Elia op de Karmel. Richteren 6 Gideon.
Voorbeeld: Op weg naar heelheid in Christus, pp. 252, 253.
Voorbeeld van gebed bij vrouwenhaat: Op weg, p. 279.

Bij gebeden 3, 6 en 7 kan het gebruik van heilig water een grote rol spelen.

DEFINITIE VAN ‘GENEZEND GEBED’

‘Genezend gebed’ (‘healing prayer’, ook wel ‘innerlijke genezing’ of ‘pneumatherapie’ genoemd) bestaat uit een aantal essentiële elementen. Dit zijn (zie Innerlijke genezing: op welke leest geschoeid? p. 8):

1. Het belijden van zonden en het helen (in de zin van transformeren) van wonden, bindingen, beschadigingen, pijnlijke herinneringen en verdrongen emoties in het psychische leven van de confident
2. door te ervaren dat Jezus Christus in de pijnlijke situatie binnenkomt en de ogen van de confident opent voor zijn liefdevolle aanwezigheid;
3. door zijn aanraking worden blokkades weggenomen, de pijn verdwijnt, er komt vergeving, vrede en liefde, de confident wordt bevrijd om meer te worden zoals God hem heeft bedoeld;
4. dit gebeurt in het gebed, onder de leiding van de Heilige Geest.
Een centrale rol in dit geheel speelt vergeven en vergeving vragen.

THEOLOGISCHE VERANTWOORDING

Is ‘genezend gebed’ theologisch verantwoord? Als Jezus zo wil genezen dan zal Hij dat toch ook wel tijdens zijn leven op aarde hebben gedaan? Wat is daarvan terug te vinden in de Bijbel?

Toen Jezus op aarde wandelde, kwamen mensen in nood naar Hem toe. Ze werden genezen van hun ziekten en kwalen. Er was geen speciaal gebed nodig, omdat Jezus lichamelijk aanwezig was, in de volheid van zijn kracht. Daarom vervielen de aspecten 2 en 4. De genezing gebeurde in de directe ontmoeting met Jezus. Hij sprak en het gebeurde. Punten 1 en 3 komen in de bijbelse beschrijvingen ruim aan bod. Voor ons is werken op die manier nu niet mogelijk, omdat Jezus niet meer zintuiglijk waarneembaar bij ons is. Wij moeten de punten 2 en 4 toevoegen.

In de volgende gevallen zien we (aspecten van) innerlijke genezing: Lukas 5:27-32; 7:36-50; 19:1-10; 24:13-35; Johannes 4; 21:15-23.

Woordstudie van met name Jezus’ omgaan met demonische machten toont dat het ziektebeeld in deze gevallen breed is. De teksten over het ‘uitdrijven’ of ‘uitvaren’ van demonische machten en het ‘genezen’ van demonische invloeden staan op het eerste gezicht dicht bij elkaar. We moeten hierbij bedenken dat de toenmalige wereld nog geen termen kende om zaken als neurosen en psychosen te beschrijven. Uit woordstudie blijkt een verschil tussen de termen ‘uitdrijven’ of ‘uitvaren’ van demonen en ‘genezen’ van negatieve invloeden. Bij deze eerste termen gaat het om een macht die de persoon van binnenuit beheerst. Zie bijv. Matteüs 8:16, 31; 9:33; Marcus 16:9. Bij de tweede term gaat het om een occulte binding (wat Leanne Payne noemt ‘fallische demonen’ waarbij reiniging nodig is). Voorbeelden hiervan zijn Lukas 6:18, 8:2; 7:21).

De centrale plaats van het kruis

Omdat vergeving geven of ontvangen de kern is van genezing van herinneringen speelt ‘genezend gebed’ zich altijd af in de directe omgeving van het kruis. Dit vormt een van de belangrijkste toetsstenen voor het proces. Als genezing buiten het kruis om gaat, is er sprake van psychische processen die niet vallen onder ‘genezend gebed’. Staan voor het kruis, met de pijn, is de enige veilige plek om het verdriet te kunnen dragen en uit handen te kunnen geven aan degene die ‘onze ziekten op zich heeft genomen en onze smarten heeft gedragen. Die om onze overtredingen werd doorboord en om onze ongerechtigheden verbrijzeld’ (Jesaja 53:4-5).

Het voorstellingsvermogen

Het betrekken van het voorstellingsvermogen vormt een wezenlijk onderdeel van de methodiek. Bij de westerse mens is het voorstellingsvermogen onderontwikkeld en beschadigd. Dit is grotendeels veroorzaakt door de scheiding tussen rede en geloof. Alles wat wetenschappelijk waarneembaar is, zien we als echt. Dat wat niet waarneembaar is, zien we daarom (vaak) als onbetrouwbaar en onecht. De verbinding zichtbaar-echt en onzichtbaar-onecht (of minder betrouwbaar) is onterecht. Het onzichtbare is zelfs wezenlijker en betrouwbaarder dan het zichtbare, omdat het zichtbare uit het onzichtbare is voortgekomen, het is een afgeleide werkelijkheid (Hebreeën 11:3). Maar natuurlijk is niet alles wat onzichtbaar is daardoor ook goed en waar. Er bestaan ook onzichtbare psychische en duistere krachten. We moeten de ideeën en ervaringen grondig toetsen aan de bijbelse gegevens.

Om de onzichtbare werkelijkheid waar te nemen is het gebruik van ons voorstellingsvermogen noodzakelijk. Payne noemt dit ‘kijken met de ogen van het hart’ en ‘luisteren met de oren van het hart’. Zoals we onze zintuigen gebruiken voor het waarnemen van het zichtbare, zo gebruiken we onze innerlijke zintuigen voor het (wat Payne noemt intuïtief) waarnemen van de onzichtbare werkelijkheid.

In wezen is ons geloof gebaseerd op het gebruik van ons voorstellingsvermogen (zie bijv. 1 Petrus 1:8). De term ‘voorstellen’ komt letterlijk voor in Psalm 16:8-11 ‘Ik stel mij de Here bestendig voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet.’ En in Jesaja 26:3 ‘Gij zult hem, wiens voorstellingsvermogen gevestigd blijft op U, in volmaakte vrede bewaren’ (letterlijke vertaling van de RSV). We kunnen niet geloven zonder het gebruik van het voorstellingsvermogen om de onzichtbare werkelijkheid te kunnen waarnemen. Payne noemt dit gebruik het ‘zuivere voorstellingsvermogen’. Het staat zo in dienst van het geloof.

We zien in 2 Koningen 6:15-17 dat de ogen van de knecht worden geopend voor de hogere werkelijkheid: de engelenmacht die Elia beschermt. Normaal is deze wereld niet waarneembaar, maar soms zien we er flarden van.

De Hebreeënbrief is een oproep tot het gebruik van het zuivere voorstellingsvermogen. We moeten niet blijven staan bij de schaduw van de werkelijkheid: de offerdienst in het OT, de joodse feesten en ceremonieën. Het gaat om de geestelijke werkelijkheid waarvan dit alles een afspiegeling is. De werkelijkheid is Christus, dus we moeten ons richten op Hem (2:9 en 12:2).

Maar is ‘genezend gebed’ niet het eigenzinnig sturen van gedachteprocessen? Dan wordt het geleide verbeelding of visualisatie en is er sprake van bewuste sturing in de beelden die worden gebruikt en van een brede openheid voor het bovennatuurlijke. Groot gevaar hierbij is dat je in vleselijke en pseudobeelden terecht kunt komen.

Als het in onkunde of in bewuste dienst aan het rijk der duisternis wordt gebruikt, kan het heel gemakkelijk een opening worden voor valse beelden, slechte gedachten en fantasieën en openbaringen van demonische oorsprong. Dat zien we in Genesis 3:5. Eva’s manier van kijken wordt door het ingaan op de verleiding veranderd (vers 6-8). Dit gebeurt steeds als de mens gaat kijken naar zichzelf, de wereld, de afgoden. Daarom klinkt steeds opnieuw de roep van de profeten: ‘Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen?’ (Jesaja 40:26). Daarom moeten we de tegenwoordigheid van Jezus aanroepen. We vragen Hem om de nodige zaken naar boven te brengen, en niets meer dan dat. Steeds opnieuw zijn we verbaasd, omdat we de genezende beelden niet zelf kunnen oproepen of sturen. God geeft de woorden en beelden die we nodig hebben.

Soms duurt het even voor de persoon zijn voorstellingsvermogen kan of durft gebruiken. Maar meestal is het verbluffend hoe snel God beelden brengt en levend maakt. Er is een diversiteit in mogelijkheden waarop een indruk tot je komt, afhankelijk of iemand bijv. auditief of verbaal is ingesteld.

Boeken door Leanne Payne:
In haar eerste boek Aslans adem (Kok, 2002), gebaseerd op de werken van C.S. Lewis, geeft zij een fundamentele uitleg van de ‘Incarnationele Werkelijkheid’, de basis van alle christelijke heelheid.

In haar boeken Gods Tegenwoordigheid geneest (Kok/Carmelitana, 1997) en Herstel van identiteit (Navigator Boeken, 2000) vind je een uitgebreide uitleg van de onderwerpen die in haar denken centraal staan: Gods Tegenwoordigheid praktiseren, je echte ik vinden, de verlangens van je hart leren kennen, het echte mannelijke en het echte vrouwelijke begrijpen en waarderen, reiniging van het voorstellingsvermogen, genezing van herinneringen en het verwerpen van de wereldse afgoden.

Luisterend bidden (Kok/Carmelitana, 1998) behandelt het belang om Gods Woord in je op te nemen, hoe je temidden van een kakofonie van vele stemmen Gods stem leert verstaan en hoe je een gebedsmap voor luisterend bidden bijhoudt.

Haar andere boeken Crisis in Mannelijkheid (Navigator Boeken, 1998) en Het gebroken Beeld (Navigator Boeken, 2000) werpen licht op een bijbels begrip van gender en seksualiteit.

Boeken door andere PCM-teamleden:
Op weg naar heelheid in Christus (Coconut, 2003) Signa Bodishbaugh. Hierin wordt het gedachtegoed van Leanne Payne verwerkt voor dagelijks gebruik. In de vorm van een reis van 40 dagen doorloopt het alle terreinen waarop we genezing van onze ziel nodig hebben.

Schapen in wolfskleren (Navigator Boeken, 2003) Valerie McIntyre. Over de verwoestende invloed van overdracht binnen de christelijke gemeenschap.

Dit artikel is geschreven in 2004. Sinds die tijd zijn er meerdere nieuwe titels verschenen.

De boeken zijn te bestellen via www.coconut.nu[/cs_text][/cs_column][/cs_row][/cs_section][/cs_content]